HANDBOEK PRAKTIJKGERICHTE ERGONOMIE
INHOUDSOPGAVE
1. Inleiding 2. Samenvatting 3. Wat is ergonomie 3.1. Preventie 3.2. Mogelijke doelstellingen 4. RSI 4.1. Introductie RSI 4.2. Risicofactoren RSI 4.3. Hulmiddelen bij RSI 4.4. Vaak gestelde vragen 5. Andere klachten 5.1. Chronische vermoeidheid 5.2. Hoofdpijn 6. Zorgplicht en claims 6.1. Zorgplicht 6.2. Juridische aspecten van de claim 7. Werkplekonderzoek 7.1. Werkplekonderzoek in de praktijk 7.2. Checklist Arbo (opdrachtgever) 7.3. Checklist Arbo (gebruiker) 7.4. Inhoud werkplekonderzoek 7.5. Ergonomisch paspoort 8. Uitbreiding 8.1. Arbo beleidsregels 9. Praktische algemene tips 9.1. Verkeerde houding 9.2. Werkblad 9.3. Notebooks 9.4. Stuurwijzers 9.5. Het bureau 9.6 Beeldschermen 9.7 Ozon en toner
1. INLEIDING
Bedrijven lijden schade op het terrein waar ze terecht op worden aangesproken: de kosten verbonden aan werkgebonden verzuim en arbeidsongeschiktheid. Er is maar één constatering mogelijk: zodra de markt deze schade gaat onderkennen, zal de wil om te investeren in preventie, werkplekonderzoek en snelle reïntegratie zich vertalen in het vrijmaken van budgetten. Bovendien is de gezondheid van de medewerkers essentieel voor de continuïteit van een organisatie. Uiteindelijk is voorkomen altijd beter dan genezen. Geprikkeld door de aangescherpte WAO-wetgeving zien werkgevers dat ook steeds vaker in. Naast de interesse voor preventie zijn de verplichte Arbo-wetgeving voor bedrijven, veranderingen in de gezondheidszorg en steeds meer aandacht voor de werkelijke problemen, die zowel werkgevers als werknemers aangaan, een aantal redenen waarom Eurodesk hier veel aandacht aan besteed. Aangezien inmiddels wel voldoende duidelijk is dat de bedrijvenmarkt andere eisen stelt aan de gezondheidszorg en de wijze waarop kantoren ingericht worden heeft Eurodesk naast het ergonomisch inrichten van kantoren, veelal in aanvulling op de Arbo-diensten, een compleet pakket ontwikkeld voor ondernemingen en instellingen die het ziekteverzuim in hun organisatie terug willen dringen of laag willen houden. Eurodesk biedt dan ook een waardevolle ondersteuning aan Arbo-diensten, verzekeraars, UVI’s én aan bedrijven en organisaties die actief betrokken zijn bij de gezondheid van hun medewerkers. Werkgevers kunnen met behulp van Eurodesk en haar partners werkplekomstandigheden van de medewerkers op een verantwoorde en structurele manier bijhouden of verbeteren. Voor medische en specifieke gevallen werkt Eurodesk samen met enkele NLP- en ergo- en fysiotherapeuten. Mocht u na het lezen van deze voorstelling enthousiast geworden zijn over onze aanpak, dan horen wij dit uiteraard graag. Wij zien dan ook uit naar onze ergonomische kennismaking. Graag voorzien wij u en uw organisatie van advies en maken wij een gedegen plan van aanpak.
Met vriendelijke groet, Eurodesk Business Furniture, Eric Oerlemans
2. SAMENVATTING
Met de constante veranderingen van aanpak en inzicht wat betreft werkplekomstandigheden is dit handboek opgesteld. Alleen voldoen aan de “verouderde” NEN-normen is vaak niet meer voldoende. De aandacht en zorg voor medewerkers staat tegenwoordig hoog in het vaandel. Met de nog steeds in opkomende ziekte RSI en claims die patienten neerleggen is er voor de werkgever alles aan gelegen de zorg voor de medewerker optimaal te verlenen. Aangezien bij claims de tegengestelde bewijslast geldt, is een werkplekonderzoek met daarin een ergonomisch paspoort ontwikkeld, zodat zowel werkgever en werknemer volledig op de hoogte zijn van instellingen en adviezen rondom de werkplek. Met het geven van deze aandacht en zorg aan de medemens zal (wat deze aanpak betreft) het ziekteverzuim terugnemen, de kans op klachten verkleinen en de werkvreugde en productiviteit verhogen. Maar ….. meetbaar is dit niet, de genoemde onderdelen zijn slechts een punt uit een grote taart. Denk maar aan andere factoren (stress, werkdruk, etc) die meespelen bij het ontstaan van klachten en verzuim.
3. WAT IS ERGONOMIE?
Ergonomie is het vakgebied waarin mens-machine systemen op micro, meso en macro niveau ontwikkeld worden. Dit betekent dat de interactie tussen mens en machine geoptimaliseerd wordt op basis van kennis van de mens en verschillende systemen. Producten, technische systemen, taken en functies worden zodanig ontworpen dat enerzijds veiligheid, gezondheid en het welzijn van de mens gewaarborgd is en anderzijds doelmatig functioneren wordt bevorderd. Kenmerkend daarbij is dat ergonomie niet zozeer ”rekening houdt met de mens”, maar tracht te ontwerpen alsof het ”mens-middel-organisatie systeem” één onlosmakelijk verbonden geheel is. Het hele systeem wordt als eenheid geoptimaliseerd.
3.1. PREVENTIE
Helpt preventie? Nee! Een misschien niet verwacht antwoord, maar feit is dat beeldschermwerkers, die geen klachten ondervinden, en hun management, er zeer moeilijk van te overtuigen zijn dat er een risico schuilt in beeldschermwerkzaamheden. ”...Hoe kan je nu van een computer klachten krijgen...?”. Analyse van patientenmateriaal brengt iedere keer naar voren dat men wel klachten bemerkte maar e.e.a. niet als ernstig inschatte. Veel gehoorde uitspraak: ”...als ik had geweten dat...”.
Helpt preventie? Ja! Mits er aandacht wordt geschonken aan gedragsverandering, bewegingspatronen en werkorganisatie/conflictbeheersing. Aandachtspunten zijn: - werktaken: van belang zijn een uitgebalanceerd takenpakket met voldoende spreiding over de dag en voldoende individuele regelmogelijkheden - werktijden: regelmatige pauzes, maximaal 6 uren beeldschermwerk (laptop maximaal 2 uur), liefst minder - werkdruk: piekdrukte dient voorkomen te worden - werkplek: ergonomische optimalisatie - werkwijze: voer werkzaamheden uit op minst belastende manier Het voorkomen van klachten kan dus al door simpele, goedkope oplossingen. Overleg en samenwerking tussen werknemers en werkgevers is echter van groot belang. Mocht de kennis in het bedrijf tekort schieten dan kan het noodzakelijk zijn externe expertise in te huren. Dit moet dan wel gebaseerd zijn op de daadwerkelijke intentie zaken te verbeteren en niet slechts om juridisch te voldoen aan een RI&E (verplichte risicoinventarisatie en evaluatie).
Een eerlijk antwoord: Wij weten het niet ! Anderen die het zeker weten stoelen deze gegevens niet op wetenschappelijk onderzoek, zoals de puur ergonomische school met uitsluitend uitgebreide werkplekanalyses zonder aandacht voor andere factoren. Er zijn immers veel meer aspecten die meettellen.
3.2. MOGELIJKE DOELSTELLING ERGONOMIE
Er zijn verschillende doelstellingen die u binnen uw organisatie kunt realiseren met de ergonomische aanpak die gekozen wordt. Een aantal voorbeelden hiervan zijn: - Bewustwording en commitment kweken binnen uw organisatie; confronteer de gebruikers met de (aangeleerde) dingen die ze doen, zoals voorover gebogen achter de PC werken en beeldschermwerk doen waarbij het beeldscherm op de verkeerde hoogte staat. Laat gebruikers de mogelijke gevolgen weten en laat ze de juiste werksituatie ervaren. - Het optimaliseren van de werkplekomstandigheden; zodat u als werkgever laat blijken dat u het beste met uw mensen voorheeft, een lager ziekteverzuim nastreeft en dit wellicht een hogere productiviteit tot gevolg heeft. - Het voorkomen van klachten; door serieus om te gaan met de ergonomie en hierin juist advies te geven en de juiste maatregelen te nemen kan uiterst preventief opgetreden worden. De kans op medewerkers met (lichamelijke) klachten zal verkleind worden. - De mensen binnen uw organisatie; laat zien dat het beste met uw medewerkers voor heeft. Behandel ergonomie serieus en geef persoonlijke aandacht aan uw medewerkers. Hieruit blijkt, naast de adviezen die men krijgt, een grote blijk van waardering.
4. RSI
4.1. INTRODUCTIE RSI
RSI of ”muisarm” is de veelgebruikte (feitelijk medisch onjuiste) verzamelnaam voor een diversiteit van (pijn)klachten aan nek, schouders, armen, polsen en vingers als gevolg van statische belasting en/of repeterende bewegingen. De Gezondheidsraad omschrijft het als volgt in haar rapport van 27 november 2000: ”...RSI is een tot beperkingen of participatieproblemen leidend klachtensyndroom aan nek, bovenrug, schouder, boven- of onderarm, elleboog, pols of hand of een combinatie hiervan. Het syndroom kenmerkt zich door een verstoring van de balans tussen belasting en belastbaarheid, voorafgegaan door activiteiten met herhaalde bewegingen of een statische houding van één of meer van de genoemde lichaamsdelen...”. Niet alleen computergebruik leidt tot deze klachten, ook andere werkzaamheden (musici, kapsters, assemblagewerkzaamheden etc) kunnen tot deze klachten leiden. Vanuit medisch standpunt lijkt het dus beter te spreken over een multifactorieel bepaald pijnsyndroom gelokaliseerd in de bovenste extremiteit(en). Ook is RSI een ”paraplu”-begrip, derhalve is de wetenschappelijke en beleidsmatige gebruikswaarde van het begrip beperkt. Verder is opvallend dat RSI met name in zijn algemeenheid wordt besproken op congressen voor het bedrijfsleven en dat er een pijnlijke stilte is vanuit de curatieve medische sector. Mogelijk gezien de schrikbeelden van de zogenaamde claimgeneeskunde lijken medici zich verre te houden van wetenschappelijk onderzoek naar de genese van deze klachten. Gevolg is wel dat vele ”deskundigen” zich op de markt begeven. Ook is bijna niemand op de hoogte van de daadwerkelijke beperkingen van RSI patiënten in de zogenaamde fase 2 en 3. Nog steeds overheerst de gedachte dat indien men maar niet meer achter een beeldscherm werkzaam is de patiënt klachtenvrij is. Frequente en consistente klachten zijn echter continue pijn, tintelingen, krachtsverlies, onhandigheid, koude sensaties en verminderd uithoudingsvermogen bij het gebruik van de aangedane extremiteit. In de praktijk kan dit bijvoorbeeld leiden tot de navolgende ernstige beperkingen: muis/toetsenbord/instrumentgebruik onmogelijk, schrijven beperkt of onmogelijk, handen schudden pijnlijk, deuren openen niet mogelijk (een echte RSI patiënt heeft een voorkeur voor klapdeuren die met de voet geopend kunnen worden), intoetsen pincode betaalautomaten pijnlijk, besturen/schakelen auto pijnlijk en brood snijden is pijnlijk. Vreemd genoeg worden deze zeer invaliderende beperkingen nauwelijks in de literatuur vermeld en zijn derhalve ook veelal onbekend. Tevens is een gemeenschappelijk kenmerk van het ziektebeeld een lange hersteltijd en een grote kans op recidieven reeds bij geringe belasting. Er is dus sprake van een chronisch ziektebeeld als preventie niet heeft geholpen. Dit wil echter niet zeggen dat alle RSI patiënten uiteindelijk in de WAO belanden danwel uitvallen voor het eigen werk.
4.2. RISICOFACTOREN RSI
Risicofactoren voor RSI zijn onder meer: overmatig uitoefenen van kracht, werken in ongemakkelijke houdingen, voortdurend werken in dezelfde houding (statische belasting) en repeterende bewegingen. Psychosociale arbeidsgebonden factoren leiden op zichzelf niet tot RSI-klachten, maar kunnen er in combinatie met fysieke factoren aan bijdragen. Te weinig hersteltijd, psychische belasting (hoge werkdruk, hoge werkstress, hoog werktempo, werk met hoge mentale eisen) en geringe sociale ondersteuning (relatie met collega’s, hoger geplaatsten en management) zijn waarschijnlijk belangrijk. Over de bijdrage van persoonsgebonden risicofactoren (bijvoorbeeld lichaamsbouw, het omgaan met stress) aan de kans op het krijgen van RSI is nog vrijwel niets bekend. Inzicht in de pathofysiologie van RSI-klachten en in het relatieve belang van verschillende risicofactoren vormt een belangrijke basis voor preventieve maatregelen. De stand van de wetenschap op het gebied van RSI-risicofactoren is nog ontoereikend voor normstelling. Bewijskracht voor de effectiviteit van preventieve maatregelen ontbreekt vrijwel volledig. Er is behoefte aan onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen gericht op houdingsverbetering, krachtsvermindering en bekorting van de duur van de belasting, zoals het aanbrengen van ergonomische aanpassingen van de werkplek, het invoeren van pauzes en het bevorderen van afwisseling in de werkzaamheden. Als er methoden beschikbaar komen die effectief ingrijpen op psychosociale factoren, zoals werkdruk en sfeer op het werk, kunnen dat belangrijke instrumenten zijn ter vermindering van RSI-klachten. Ook het verhogen van de lichamelijke belastbaarheid is potentieel een middel ter preventie. Vooral van interventies waarbij alle risicofactoren samenhangend worden geminimaliseerd, is effect te verwachten, zij het dat eerst via onderzoek duidelijk moet worden in hoeverre arbeidsgebonden psychosociale en persoonsgebonden risicofactoren bijdragen aan het ontstaan van de klachten. Resultaten van adequaat onderzoek naar de behandeling van RSI-patiënten zijn schaars. Daarom is niet duidelijk welke vormen van therapie effectief zijn. Het is van groot belang dat mensen die zich bij de huisarts of bedrijfsarts presenteren met beginnende klachten, eensluidende adviezen krijgen. Ook voorlichting en geruststelling zijn in deze fase belangrijk. De eerste stap van de behandeling zou moeten bestaan uit het verminderen van de belasting, door de blootstelling aan de veronderstelde risicofactoren te verminderen en de lichamelijke belastbaarheid te verhogen. Dit laatste is mogelijk via het bevorderen van lichaamsbeweging. Absolute rust past niet in deze visie en is dan ook af te raden. Wanneer de klachten (dreigen te) leiden tot problemen met de (arbeids)participatie, is een aanpak nodig waarin meerdere facetten worden betrokken. In dat stadium is het noodzakelijk ook arbeidsgebonden psychosociale en persoonsgebonden aspecten in beschouwing te nemen. Aanpassing van de werkzaamheden, verbetering in d sfeer van de psychosociale arbeidsgebonden factoren, contact houden met collega’s tijdens afwezigheid en het inbouwen van een gewenningsperiode, zijn maatregelen die de arbeidsreïntegratie bevorderen. Tot dusver ondergaan patiënten veel verschillende vormen van behandeling, vaak zonder afdoende resultaat. Behalve met hoge kosten, gaat dit gepaard met veel leed, onbegrip en onzekerheid. Het is dus van groot belang dat er spoedig via onderzoek meer inzicht komt in de effectiviteit van therapeutische behandeling van patiënten met RSI. Van even groot belang is, daarnaast, aandacht voor een systematisch kader voor de beoordeling van de effectiviteit van de in de praktijk genomen of te nemen maatregelen.
4.3. HULPMIDDELEN BIJ RSI
Op het gebied van hulpmiddelen is er zeer veel te koop. Met name het aanbod van ergonomische producten ten behoeve van beeldschermwerkers is enorm. Om die reden wordt in dit handboek geen uitputtend overzicht gegeven van alle beschikbare hulpmiddelen, hiervoor heeft Eurodesk diverse catalogi. Deze geven een indruk van wat er zoal te koop is. Het ontbreekt echter op dit moment nog aan onderzoek om over elk product een objectief oordeel te kunnen geven. Bij de verdere ontwikkeling van dit handboek willen we de ervaringen van gebruikers vermelden.
Beoordelingscriteria Indien mogelijk wordt een hulpmiddel beoordeeld aan de hand van algemeen erkende en/of wetenschappelijk onderbouwde uitgangspunten. Er bestaat echter nog geen ’ergonomisch keurmerk’ aan de hand waarvan de effecten van het gebruik van hulpmiddelen beoordeeld zouden kunnen worden. Het is aan de gebruiker om te bepalen of een bepaald hulpmiddel in haar of zijn specifieke situatie zinvol is. Daarbij kun je het beste een bedrijfsarts of therapeut raadplegen.
Vergoedingen Verzekeraars maken onderscheid tussen ’medische hulpmiddelen’ en ’HDL-artikelen’ (hulpmiddel dagelijks leven). Onder bepaalde voorwaarden vergoeden verzekeraars specifieke medische hulpmiddelen, zoals prothesen, speciaal schoeisel, hoortoestellen en loophulpmiddelen. Voor RSI’ers zijn HDL-artikelen vaak erg handig: denk aan aangepast bestek, keukenhulpen of optimalisatiemiddelen voor optimaal gebruik van de kantoorwerkplek. Helaas worden deze meestal niet vergoed. Informeer voor vergoedingen bij de zorgverzekeraar.
4.4. VAAK GESTELDE VRAGEN
Ik vermoed dat ik RSI heb. Wat moet ik doen? Zoek contact met uw bedrijfsarts of huisarts en laat u gedegen onderzoeken. Zoek uit of er een relatie is met bepaalde werkzaamheden en pas deze zonodig aan in overleg met de werkgever. Zorg dat er een plan van aanpak wordt gemaakt. Van belang is dat er zo snel mogelijk wordt ingegrepen om verergering te voorkomen.
Over wie maakt men zich het meeste zorgen? 1. jonge kinderen die gebruik maken van een computer onder begeleiding van ouders en leerkrachten die niets afweten van het bewegingsapparaat en de gevolgen van bewegingsarmoede. 2. consultants werkzaam in zogenaamde ”paperless-offices” (inloggen via een pasje, elke dag een andere werkplek, en laptopgebruik > 12 uur per dag)
Ik heb nu al weken continue pijn. Door welke therapie ben ik binnen een maand pijnvrij? Zoals gesteld in het rapport van de Gezondheidsraad zijn er geen gegevens bekend over behandelmethodes en pijnbestrijding. Alle beweringen tot nu toe gedaan kunnen niet gestaafd worden door wetenschappelijk onderzoek. Vaak is het ook zo dat b.v. behandelingen alleen succesvol zijn, zolang ze worden toegepast door degene die ze heeft uitgedacht. Die weet zelf precies hoe b.v. een handgreep moet, en hij weet zijn patienten enorm te enthousiasmeren. Maar wanneer dan een collega diezelfde behandeling toepast, blijkt er niet of nauwelijks effect. Verder is het wat pijn betreft zo dat RSI patienten een gestoord pijngeheugen hebben waardoor de pijn veel langer kan aanhouden. Kortom: snelle therapieen voor gevorderde RSI lijken niet te bestaan.
Kan je door RSI depressief worden? In de chronische periode van ernstige vormen van RSI vindt een gefaseerd psychologisch nevengebeuren plaats. Ten eerste is er een fase van ontkenning (..RSI, ik niet..), ten tweede de fase van boosheid en agressie (..waarom ik..), ten derde de depressieve fase (..besef verlies van arbeidsperspectief en lichaamsfunctie..), ten vierde de acceptatiefase. Naar mijn mening moet een RSI patiënt deze fases doorlopen wil er ook een duidelijk geestelijk herstel mogelijk zijn. In feite is er dus sprake van een rouwproces, van waaruit gewerkt kan worden naar herstel. Tijdens deze ”rouwverwerking” (waarvoor in de psychiatrie ook een periode van minimaal een jaar staat) komen periodes van boosheid zeer frequent terug. Ervaren behandelaars zeggen zelfs: boosheid moet! Kortom: mijn inziens een geheel normaal verschijnsel, met dien verstande dat juist ten tijde van deze episoden de patiënt zijn behandelaar het hardst nodig heeft.
Ik kan bijna geen autorijden van de pijn. Hebben andere patienten dat ook? Weinig mensen zijn op de hoogte van de daadwerkelijke beperkingen van RSI patiënten in de zogenaamde fase 2 en 3. Nog steeds overheerst de gedachte dat indien men maar niet meer achter een beeldscherm werkzaam is de patiënt klachtenvrij is. Frequente en consistente klachten zijn echter continue pijn, tintelingen, krachtsverlies, onhandigheid, koude sensaties en verminderd uithoudingsvermogen bij het gebruik van de aangedane extremiteit. Het is dus niet verbazingwekkend dat mensen met ernstige RSI klachten belemmerd worden o.a. in het rijden van een voertuig.
Ik gebruik nu ergonomische producten. Ben ik nu beschermd tegen RSI? Belangrijkste blijft: bewegen! Hoe goed de ergonomie ook is, 8 uur onbeweeglijk achter topergonomische inrichting voorkomt geen RSI!
Wat is een hernia? Tussen ruggenwervels zitten schijven van bindweefsel. Deze hebben een zachte kern, de nucleus pulposi. Als er een scheurtje in zo’n schijf komt, kan de nucleus er gedeeltelijk uit “schieten”. Dat is een hernia. Deze kan tegen een zenuwwortel drukken. Dit leidt meestal tot beginnende pijn in de rug met uitstraling in het verloop van de zenuw in één van de benen. Klachten nemen vaak toe door drukverhogende momenten, zoals hoesten, niezen en persen. Peesreflexen kunnen verlaagd zijn.
Bij langdurig zitten en werken achter de PC krijg ik last van mijn rug en nek. Hoe kan dit? U wordt te lang in dezelfde houding gedwongen door uw werkzaamheden, meubilair en de PC-positie op uw bureau. Er vindt continue statische belasting plaats. Hierdoor vermindert de doorbloeding van het spierweefsel waardoor een typische vervelende en zeurende pijn optreedt.
Wat is de meest geschikte stoel? Dat is niet een-twee-drie te zeggen en hangt mede af van het gebruik ervan. In ieder geval moet de stoel kunnen bewegen. Voor verder maatwerk is advies nodig van Eurodesk.
Adviseert Eurodesk zogenoemde ergonomische stoelen, afgestemd op het individu? Juist niet. Want zo’n perfecte stoel maakt u alleen maar lui. Net als voetenbankjes, polssteunen en andere comfortattributen. En dat is absoluut verkeerd. Wat kost goed meubilair? De prijsklassen zijn vergelijkbaar met die van gewoon meubilair.
Is één keer per week sporten voldoende om het lichaam gezond te houden? Nee. Het is net als met tanden poetsen. Als u zes dagen geen tijd hebt om dat te doen, haalt u dat op zondag niet in door meer dan vijftig minuten te gaan poetsen. Gezond bewegen betekent een regelmatige onderhoudsbeurt van het lichaam.
5. ANDERE MOGELIJKE KLACHTEN
5.1. CHRONISCHE VERMOEIDHEID
In onze snelle jachtige maatschappij komt vermoeidheid als ziektebeeld steeds vaker voor. Als voor deze vermoeidheid geen aanwijsbare oorzaak te vinden is en als de vermoeidheid resulteert in een belangrijke vermindering van de hoeveelheid dagelijkse activiteiten kan het zijn dat er sprake is van het Chronische VermoeidheidsSyndroom (CVS) of wel myalgische encephalomyelitis (ME). De oorzaak van het Chronische Vermoeidheid Syndroom is nog onbekend, maar de klachten worden waarschijnlijk veroorzaakt door een chronisch actief immuunsysteem en/of een verstoring van het hormonale systeem. Waarschijnlijk krijgen alleen mensen met een bepaalde genetische aanleg Chronische VermoeidheidsSyndroom. De mogelijkheid om deze ziekte te ontwikkelen is bij hen latent aanwezig. Na een bepaalde triggersituatie (virusinfectie of een langdurige periode van lichamelijke of geestelijke stress) ontwikkelen zij plotseling Chronische VermoeidheidsSyndroom. Juist in werksituaties waarbij de werkdruk hoog ligt is er een kans dat deze klacht zich voordoet.
De diagnose van het Chronische Vermoeidheid syndroom is moeilijk, patiënten worden vaak wat betreft de klachten niet serieus genomen. Eurodesk werkt in deze dan ook samen met zeer ervaren en gespecialiseerde paramedici (ergotherapie etc). De behandeling door bijvoorbeeld een ergotherapeut valt, na doorverwijzing van de huisarts, voor minimaal 10 uur per jaar geheel in het verstrekkingenpakket van vrijwel alle zorgverzekeraars.
5.2. HOOFDPIJN
Hoofdpijn komt voor in vele vormen: zeurend, bonkend, scherp en kan zich op veel verschillende plaatsen uiten: voorhoofd, op de top, vanuit de nek omhoogtrekkend, enz.. Zelden zit de oorzaak van de hoofdpijn in het hoofd zelf. Meestal is het een uiting van een verstoring elders in het lichaam. Artsen onderscheiden 4 soorten hoofdpijn: migraine, spanningshoofdpijn, clusterhoofdpijn en hoofdpijn veroorzaakt door geneesmiddelen. De werksituatie Enkele oorzaken van hoofdpijn die onder andere betrekking hebben op de kantoorwerksituatie (door de week) kunnen zijn: stress, overbelasting van de ogen bij veel beeldschermwerk, verkeerde houding, onregelmatig leven, temperatuurswisselingen, klimaat en de werkdruk. In het weekend hebben veel mensen vaak hoofdpijn. De oorzaak hiervan kan zijn dat men dan lekker uitslaapt en minder koffie drinkt.
Ook bij hoofdpijn worden patiënten vaak wat betreft de klachten niet serieus genomen. Eurodesk werkt in deze dan ook samen met zeer ervaren en gespecialiseerde para medici (ergotherapie etc). De behandeling door bijvoorbeeld een ergotherapeut (bij spanningshoofdpijn) valt, na doorverwijzing van de huisarts, voor minimaal 10 uur per jaar geheel in het verstrekkingenpakket van vrijwel alle zorgverzekeraars.
6. ZORGPLICHT EN CLAIMS
6.1. ZORGPLICHT
’Ik wens u veel personeel’, is een bekende, maar wanneer cynisch bedoeld, een opmerking die aangeeft dat er naast profijtelijke ook andere kanten kunnen zitten aan het ’hebben van personeel’. Bedrijfsmatig gezien komen de risico’s van het hebben van personeel ook steeds meer op het bordje van de werkgever te liggen. De werkgeversaansprakelijkheid voor de risico’s van beroepsongevallen en beroepsziekten is voortdurend in ontwikkeling. Uitspraken van de rechtelijke macht geven de veranderende grenzen aan van de toenemende zorgplicht van de werkgever. Tevens wordt steeds duidelijker dat de tijd dat sociale wetgeving door een publiek stelsel en een solidaire heffing werd geregeld, achter ons komt te liggen. De veranderingen in de WAO, de wet PEMBA die op 1 januari 1998 is ingegaan, legt een belangrijk deel van de kosten van arbeidsongeschiktheid neer bij het individuele bedrijf. De wet PEMBA (exponentiele toename premies vanaf 2003) zou voldoende reden moeten zijn om in een bedrijf aandacht te schenken aan arbeidsomstandigheden en RSI in het bijzonder. De wet PEMBA (Wet Premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) is de vervanger van de AAW/WAO. Er geldt nog maar één premie (werkgever) en er is sprake van premiedifferentiatie (goed=minder). Wil een bedrijf geen differentiatie dan kan een bedrijf voor een periode van 5 jaar eigen risicodrager worden. De premie bestaat uit een basispremie (alle WAO kosten van voor 1-12-97 (start pemba)) en een gedifferentieerde premie (alle WAO kosten van na 1-12-97). De basispremie is nu 7.5% en de gedifferentieerde premie 0,2%. Het moge duidelijk zijn dat de basispremie ”opdroogt” en dat de gedifferentieerde premie met name na 2003 exponentieel zal stijgen door toename van het aantal WAO’ers. Voorbeeld: een bedrijf met 5 werknemers en een loonsom van € 125.000 gaat 20% meer premie betalen bij de eerste werknemer die in de WAO terecht komt. Extra kosten bedragen dan € 10.000 per jaar oftewel € 50.000 per vijf jaar. Een belangrijke nieuwe ontwikkeling op het gebied van schadelastbeheersing betreft dienstverlening op het gebied van preventie, zorgbemiddeling en reïntegratie. Dit heeft alles te maken met de eerste twee onderwerpen. In de loop der tijd heeft er een duidelijke verandering plaatsgevonden in het denken over aansprakelijkheid. Steeds meer wordt het aansprakelijkheidsrecht gezien als een instrument van de verdeling van financieel-economische risico’s. Deze verdeling wordt mede gestuurd door sociale en politieke noties. Zo wordt de ’zwakkere’ deelnemer aan het maatschappelijke verkeer (patiënt, burger, consument, werknemer etc.) steeds meer beschermd tegenover de ’sterkere’ deelnemer (ziekenhuis, overheid, producent, werkgever etc.). Voorts wordt het wenselijk geacht om het schaderisico neer te leggen bij degene die (economisch) profijt heeft van de activiteiten en die de kans op schade in het leven heeft geroepen: als een producent winst maakt door een bepaald product in het verkeer te brengen, dan moet hij ook maar opkomen voor de schade die dat product teweegbrengt, ook als hem voor die schade geen verwijt gemaakt kan worden. De aansprakelijkheidsnorm is geconcretiseerd in de zorgplicht die de werkgever ten aanzien van lijf en goed van zijn werknemer heeft. Schending van die zorgplicht wordt nu nog te licht opgenomen. Van de werkgever wordt verwacht dat hij niet alleen voor zichtbare veiligheid op de werkplek zorgt, maar ook voor uitgebreide en permanente opleiding en instructie van zijn personeel, alsmede continue controle op de naleving van de instructies. De bewijslast ter zake van het al dan niet nakomen van de zorgplicht rust bij de werkgever. De werknemer behoeft slechts aannemelijk te maken dat de schade bij de uitoefening van zijn werkzaamheden is ontstaan en te stellen dat zulks een gevolg is van het niet nakomen van zijn zorgplicht door de werkgever. Vervolgens dient de werkgever aan te tonen dat hij alles heeft gedaan wat mogelijk is om schade te voorkomen. Voor een beroep op eigen schuld van de werknemer is alleen plaats als die gehandeld heeft met opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid. Ook de bewijslast op dit punt berust bij de werkgever. Onderzoek naar de maatschappelijke kosten van de arbeidsomstandigheden, uitgevoerd door NIA TNO in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, geeft aan dat 28% van het ziekteverzuim en 35% van de WAO-kosten geheel of in belangrijke mate door het werk wordt veroorzaakt. De belangrijkste werkgebonden diagnoses in Nederland in relatie tot arbeidsverzuim en arbeidsongeschiktheid zijn psychische ziekten en klachten aan het bewegingsapparaat. De mate waarin het risico zich voordoet maar ook de mate waarin het bedrijf zich aantoonbaar inspant om deze risico’s te beheersen of te vermijden, zijn sterk bepalend voor het beperken van de financiële consequenties (premies, claims, niet verzekerbare schade) van dergelijke risico’s voor het bedrijf. Hier ligt voor u als werkgevers een uitdaging het Arbo-beleid effectief te maken in uw bedrijf. Uit bovenstaande vloeit voort dat een nalatige werkgever het risico loopt aansprakelijk gesteld te worden voor gezondheidsschade die de werknemers oplopen. Het meest bekend is het risico van asbest. Werkgevers die in een ver verleden hun personeel met asbest hebben laten werken, krijgen vaak jaren later de rekening gepresenteerd. Nu en in de toekomst liggen voor veel werkgevers claims voor RSI in het verschiet. Eurodesk heeft daarom het praktijkgerichte werkplekonderzoek ontwikkeld om met u mee te denken over de voor uw bedrijf relevante bijdrage op Arbo gebied.
6.2. JURIDISCHE ASPECTEN VAN DE CLAIM
RSI kan, wanneer dit zich in een vergevorderd stadium bevindt, leiden tot langdurige arbeidsongeschiktheid. Dit brengt voor de werkgever kosten met zich mee, die in elk geval bestaan uit doorbetaling van het salaris gedurende het eerste jaar van ziekte. Mogelijk zal de werknemer de werkgever echter tevens aansprakelijk stellen op grond van artikel 7:658 BW, wat wil zeggen dat de werkgever wordt verweten onvoldoende voor veilige werkomstandigheden te hebben gezorgd. De werknemer hoeft hiervan niet het bewijs te leveren. De bewijslast om aan te tonen dat de werkomstandigheden wel voldoende veilig waren rust op de werkgever. Indien hij hierin niet slaagt kan er voor de werkgever een verplichting ontstaan om de schade van de werknemer integraal te vergoeden. Deze schade kan honderdduizenden euro’s bedragen en onder meer bestaan uit derving van (toekomstige) inkomsten, inclusief pensioenschade, kosten van huishoudelijke hulp en smartengeld. De schade voor een jonge consultant liggen nog eens aanzienlijk hoger dan de schade voor een secretaresse. Op 4 december 2000 is de eerste uitspraak gepubliceerd waarin rechters een vordering tot schadevergoeding wegens het ontstaan van RSI hebben toegewezen (zie artikel). Gezien de ontwikkeling van de jurisprudentie op het gebied van werkgeversaansprakelijkheid voor beroepsziekten (waar RSI onder geschaard kan worden) kunnen andere uitspraken niet lang meer uitblijven. Uit deze jurisprudentie, die met name betrekking heeft op asbestproblematiek, blijkt namelijk dat de plicht van de werkgever om te zorgen voor veilige werkomstandigheden zeer ver gaat. Het moment waarop de werkgever maatregelen moet hebben getroffen om het ontstaan van een bepaalde beroepsziekte te voorkomen is afhankelijk van de omstandigheden, zoals de stand van de medische wetenschap, de ernst van het gevaar dat de ziekte ontstaat en het tijdsverloop, gemoeid met het door de werkgever terzake te verrichten onderzoek. De werkgever kan zich in elk geval niet vrijpleiten door te verwijzen naar de algemeen gangbare (foute) praktijk in zijn branche. Ook blijkt uit de praktijk dat het inhuren van gerenommeerde advocatenkantoren geen nut heeft indien de werkomstandigheden niet voldoende veilig waren. Ook het aanvallen van de expertise van artsen die behandelervaring hebben met RSI patiënten is door de rechter afgestraft. Welke concrete maatregelen moet de werkgever dan nemen om het ontstaan van RSI zoveel mogelijk te voorkomen? Wanneer er een goed bureau en een goede, op de juiste manier afgestelde bureaustoel noodzakelijk zijn dan dient de werkgever voor de aanschaf hiervan zorg te dragen. Ook mag de werknemer niet langer dan 2 uur onafgebroken aan een beeldscherm werken en in totaal niet meer dan 6 uur per dag. Deze minimumeisen vloeien voort uit de Arbeidsomstandighedenwet en het daarop gebaseerde, vanaf 10 december 1992 geldende Besluit Beeldschermwerk. De Arbeidsomstandighedenwet bepaalt onder meer dat de werkgever rekening moet houden met de stand van de ergonomie en moet beschikken over een schriftelijke risicoinventarisatie en -evaluatie (RIE). Het ontbreken van deze RIE kan, behalve tot schadeplichtigheid, leiden tot het opleggen van een boete door de Arbeidsinspectie. De werkgever met beeldschermwerkers in dienst zij dus gewaarschuwd. De verplichtingen die de wetgever en rechter hem opleggen bij het voorkomen van beroepsziekten als RSI worden (ongemerkt) steeds verder aangetrokken. Het verdient aanbeveling om zich daarvan van tijd tot tijd op de hoogte te stellen.
7. WERKPLEKONDERZOEK
7.1. WERKPLEKONDERZOEK IN DE PRAKTIJK
Preventie van lichamelijke problemen als rug-, nek- of schouderklachten begint met het optimaal inrichten van de werkplek. Een werkplekonderzoek vormt dan ook de basis voor onze preventieve activiteiten.
Doel Een ergonomisch onderzoek heeft tot doel te analyseren of de werkplek dusdanig is ingericht dat de werknemer minimaal gezondheidsrisico loopt. De adviezen zullen moeten leiden tot een concrete verbetering van de werksituatie.
Werkwijze - bedrijfsbezoek Een ergonoom van Eurodesk komt de werksituatie bekijken. Hij ziet een medewerker in de praktijk aan de slag en beoordeelt de ergonomische situatie. Een gesprek met de werknemer geeft aanvullende informatie om tot een duidelijk beeld te komen. Foto- of video-opnames maken vaak onderdeel uit van de onderzoeksmethode. Deze worden gebruikt om tijdens het inventariseren van geschikte aanpassingen het beeld van de werksituatie nogmaals de revue te kunnen laten passeren. Ook kunnen gemaakte opnames de werkgever inzicht geven in de knelpunten van de werksituatie. - de ontwerpfase en aanschaf van nieuw materiaal Naast het beoordelen van bestaande werksituaties kan het raadzaam zijn om tijdens de ontwerpfase van een nieuw kantoor, fabriekshal etc. aandacht te besteden aan de ergonomische omstandigheden. Op deze manier wordt voorkomen dat mensen uitvallen door lichamelijke klachten en achteraf allerlei aanpassingen moeten plaatsvinden. Ook voor de aanschaf van materialen, zoals onder andere kantoormeubilair of optimalisatiemiddelen voor individuele verbetering van de bestaande werkplek, speelt Eurodesk een adviserende en uitvoerende rol. - verslag De bevindingen naar aanleiding van het werkplekonderzoek zetten we voor u op papier. Concrete aanbevelingen worden op een rij gezet. Per onderzoek volgt een advies en plan van aanpak voor de uitvoering hiervan. Eventueel kunnen we de bevindingen uit het onderzoek mondeling toelichten. De gebruikers ontvangen een “ergonomisch paspoort” met daarin hun persoonlijke instellingen en persoonlijke adviezen en tips met betrekking tot het gebruik van lichaam en werkplek. - vervolg Graag houden we met u contact over de vorderingen en effecten van de voorgestelde verbeteringen. Het is belangrijk te zorgen dat de aanpassingen in een duidelijk tijdschema plaatsvinden en het effect wordt getoetst. Hierdoor worden de nadelige gevolgen van de knelpunten zo veel mogelijk beperkt.
7.2. CHECKLIST ARBO (OPDRACHTGEVER)
Om een juist startpunt te bepalen is een vragenlijst opgesteld om te bepalen wat uw uitgangspunten zijn en waar de “pijnpunten” liggen. Hieronder volgt deze lijst welke voor aanvang van een bewustwordingstraining en/of werkplekonderzoek door de opdrachtgever wordt ingevuld. RI&E Wie is er verantwoordelijk voor arbo zaken? Is er een risico inventarisatie en evaluatie verricht? Wat zijn de specifieke bevindingen op het gebied van de beeldscherm werkplekken en de ruimtes waar deze werkplekken staan? Wat zijn de uitgevoerde diensten verricht door een Arbodienst of een andere partij n.a.v. de RI&E? Wordt er een beleidsplan geschreven n.a.v. deze RI&E? Wie zetelen in de commissie die dit uitvoeren? Wie draagt er zorg voor de uitvoering van het beleidsplan? Is het mogelijk een kopie van de RI&E te krijgen? Hoe wordt er omgegaan met werkplek gerelateerde klachten? ‘Brandblus’ methode? Inschakelen Arbo dienst? Aanschaf optimalisatie middelen? Is er de wens van ad hoc beleid naar structuur te gaan?
Werkplekken Zijn de werkplekken hoogte in- of verstelbaar? Wordt deze hoogte in- of verstelling ook daadwerkelijk toegepast? Is de werkruimte voldoende? Waar staan de cpu’s? Worden de werkplekken gedeeld met andere werknemers? Worden er werkplek- en werkhouding instructies gegeven bij nieuwe werknemers? Is er voldoende ondersteuning uit de werkplek te halen? Zijn er standaard optimalisatie voorhanden? Zoals: - Documenthouder (ergodoc) - Armondersteuning (wave bladverdieper) - Monitor verhoger - Cpu-houder
Zitmeubilair Zijn er ergonomische bureaustoelen aanwezig? Worden er zitinstructies gegeven aan nieuwe medewerkers?
Klimaat Is er voldoende en goede koeling (Airco)? Is er een goede ventilatie?
Verlichting Is er voldoende licht aanwezig? Is dit kunstmatig licht of natuurlijk licht? Wat voor soort verlichting is er aanwezig? Is er behoefte aan individuele verlichting?
Akoestiek Zijn er voorzieningen gepland om geluidsabsorptie te bevorderen? Zo ja, gaat het dan om vloer, wand of plafond? Wat voor wandbekleding is toegepast? Wat voor plafond afwerking is toegepast? Worden er headsets gebruikt?
Techniek Wat voor formaat beeldschermen worden gebruikt? Worden er flatscreens gebruikt? Hoe wordt bekabeling aan- en afgevoerd? Dient de bekabeling gemakkelijk toegankelijk te zijn? Welke pluggen/stekkers worden gebuikt Wordt er frequent verhuist?
Design Welke uitstraling is gewenst? Is er sprake van bijzondere keuze van kleuren en materialen (corporate identity)? Zo ja, welke?
7.3. CHEKLIST ARBO (GEBRUIKER)
Door het invullen van deze checklist kunt u nagaan of uw kantoorwerkplek aan de ergonomische eisen voldoet. De checklist vindt u achterin dit handboek. De antwoorden en de daarbijbehorende adviezen zijn op verzoek beschikbaar bij Eurodesk.
7.4. INHOUD WERKPLEKONDERZOEK
Om een duidelijk beeld te kunnen krijgen van de klachten of de klachten die kunnen ontstaan kijkt Eurodesk onder andere naar het arbeidsverleden. Klachten ontstaan nadat werknemers gedurende een langere periode aan bepaalde risicofactoren zijn blootgesteld. Om te kunnen analyseren welke risicofactoren invloed hebben op bepaalde lichamelijke klachten wordt nagegaan aan welke arbeidsomstandigheden werknemers hebben blootgestaan. Eventuele klachten die zijn ontstaan en eventueel een periode waarin de werknemer arbeidsongeschikt is geweest zijn geïnventariseerd. In de omschrijving van de werkzaamheden worden de kerntaken van de werknemer kort omschreven. Hierbij wordt rekening gehouden met de tijdsduur die de verschillende werkzaamheden in beslag nemen. In de Arbo-wet staan een groot aantal regels vermeld waaraan een werkplek moet voldoen. Deze werkplek is aan deze regels getoetst waarbij we tot een aantal knelpunten of risicofactoren zijn gekomen die nu of in de toekomst klachten kunnen veroorzaken. Om te voorkomen dat een werknemer in de ziektewet of WAO terechtkomt, dient geïnventariseerd te worden welke klachten de werknemer momenteel heeft. Aan de hand van deze klachten kan bepaald worden welke aanpassingen eerste prioriteit hebben. Om de risico’s op lichamelijke klachten en stress te voorkomen of te verminderen adviseren wij aanpassingen voor deze werkplek. Deze aanpassingen vallen in drie groepen uiteen: Een eerste instructie om de bestaande klachten, voor zover mogelijk, direct aan te pakken; Aanpassingen ten aanzien van de werkzaamheden en werksituatie van de werknemer; Aanpassingen ten aanzien van de werkplek en de werkomgeving. Na aanpassingen en eventuele instructies zal na een nader te bepalen periode een groeps- / individuele evaluatie op de werkplek plaatsvinden.
7.5. ERGONOMISCH PASPOORT
Voor de individuele gebruiker is een ergonomisch paspoort ontwikkeld. Hierin staan naast persoonlijke instellingen en adviezen ook de advisering van de instellingen en inrichting van de werkplek. Door al deze gegevens te overhandigen heeft de gebruiker continue inzicht in zijn/haar persoonlijke instellingen.
8. UITBREIDING
Dit handboek wordt regelmatig aangevuld en uitgebreid. De eerstvolgende uitbreiding zal gaan over de Arbo beleidsregels. Op verzoek vullen wij dit handboek aan met de uitbreidingen die in de toekomst verschijnen.
8.1. ARBO BELEIDSREGELS
Een hoofdstuk wat hieraan besteed gaat worden en daarin wordt met name verder gegaan op beleidsregel 3.19. Deze regel gaat over de afmetingen van kantoren en arbeidsplaatsen in kantoren. Hoeveel vierkante meter neemt een werkplek in beslag? Hoe groot dient mijn kantoor te zijn en aan welke eisen moet dit voldoen?
9. PRAKTISCHE ALGEMENE TIPS
Net als bij tal van andere werkzaamheden bestaat bij frequent PC-gebruik kans op het krijgen van een beroepsziekte. In de meeste gevallen zal het om de gevolgen van een verkeerde houding gaan. Er zijn echter ook andere ziekmakende factoren zoals monitorstraling, ongunstige lichtval, stress, geladen stofdeeltjes en ozon. Gelukkig kunt u een aantal preventieve maatregelen treffen. Hier volgen de volgens Eurodesk belangrijkste mogelijkheden op een rijtje. Paraselsus zij het al: ”Alles is gif. Het is alleen de dosis die het hem doet.” Een deurtje schilderen is weinig schadelijk voor de gezondheid. Dag in dag uit in de verfdampen lopen wel! Zo ook bij PC-gebruik. Hoogstens een uurtje of twee per dag zal het hem niet doen. Maar hoe vergaat het de PC-werkers die uren achter hun computertje bivakkeren. Liefst in gezelschap van fors bemeten monitoren en papierspuwende laserprinters? Dan is er wel degelijk sprake van enig ARBO-risico. Natuurlijk moet men niet overdrijven. Zo’n 10 jaar dagelijks PC-gebruik heeft over de gehele wereld tot nu toe alleen houdings-, gewrichts-, oog-, huid- en stressklachten opgeleverd. En dat dan nog bij circa 15% van de gebruikers. De ernstigste beschuldigingen zoals miskramen en genetische afwijkingen konden niet wetenschappelijk bewezen worden. De effecten van ozon en tonerdeeltjes lijken vooralsnog mee te vallen. Niettemin, voorkomen is beter dan genezen. En een gewaarschuwd PC-gebruiker telt voor twee.
9.1. VERKEERDE HOUDING
Houdingsklachten zijn eigenlijk zo oud als de mensheid. Er zijn twee belangrijke klachtenbronnen: - een langdurige onnatuurlijke houding; - een repeterende belasting. We beginnen met de langdurige onnatuurlijke houding. PC-gebruik komt doorgaans neer op lang zittend werk op meerdere niveaus. Er is sprake van een zitniveau, type-niveau (werkblad met keyboard), muisniveau, monitorniveau en vaak ook nog een leesniveau (documenthouder). Voor het zitniveau is een goede verstelbare bureaustoel een must. Verstelbaar in zowel in hoogte, als rugleuning en armsteunen. Een hoge gewelfde rugleuning geeft de beste resultaten. Het is de bedoeling dat de PC-werker de bureaustoel aan de eigen lichaamsafmetingen aanpast. Alleen instelling op maat voorkomt een te hoge spierbelasting en verminderde doorbloeding. Een algemene richtlijn is zitting ter hoogte van de onderkant van de knieschijf (denk aan het inveren). Andere belangrijke stoel-eisen zijn draaibaar, stabiliteit, voldoende ventilatie van de bekleding en de gebruiker mag er niet vanaf kunnen glijden. Tegenwoordig zijn de 3d-verstelbare armleggers een algemeen goed op de bureaustoel. Met behulp hiervan wordt een optimale steun voor de onderarm gegeven.
9.2. WERKBLAD
De hoogte van het type-niveau is een belangrijke factor. Staat het toetsenbord te hoog of te laag dan moeten de armen langdurig in een dwangpositie worden gehouden. Dat geeft al snel vermoeidheidsklachten. Ook zijn alle handen en polsen niet gelijk. Toch moeten zij kunnen rusten en de vingers op natuurlijke wijze de keys kunnen indrukken. Om deze toetsenbordbelasting is een complete industrie ontstaan. Varierend van verstelbare keyboards (o.a. Microsoft) in schelpvorm tot allerlei arm- en polssteuntjes (o.a. Ergorest). De truc is om dergelijke hulpmiddelen zo goed mogelijk in te stellen. D.w.z. aanpassen aan de dikte van het bureaublad, optimale hoogte-instelling en rekening houden met de breedte van het toetsenbord. Anders wordt het middel al snel erger dan de kwaal. Een Fins onderzoek spreekt van 90% spanningsreductie van de arm- en schouderspieren bij gebruik van armsteunen.
9.3. NOTEBOOKS
Een aparte crime vormen notebooks. Deze handige draagbare computers zijn nogal krap behuisd. Dat betekent dat ook het keyboard vrij klein uitpakt. In de praktijk levert dat al snel een te klein werkblad op. Toetsen zijn te smal en er is geen steunruimte voor polsen en (onder-)armen. Een aantal notebook-fabrikanten brengt nu een soort rustplateau onder de spatiebalk aan. Daarop kan men echter hoogstens de handpalmen laten rusten. Maak bij notebook werk dan ook gebruik van een verhoger (zodat het scherm op de juiste hoogte staat) en van een apart toetsenbord. Op deze manier wordt een volwaardige computerwerkplek gecreeerd. 9.4. STUURWIJZERS
De PC kent een drietal stuurwijzers: de muis, de trackball en de trackpoint. Op de PC-mouse is vele jaren gestudeerd. De huidige ergonomische vorm van de duurdere modellen heeft een uitstekende handligging. O.a. de Microsoft- en Logitech-muizen staan goed aangeschreven. Wel zijn er klachten over de polsgewrichten Veel muizen kan tot klachten leiden. Zeker als er sprake is van een te krappe werkruimte. Om dit te ondervangen kan er gebruik gemaakt worden van de eerdergenoemde Ergorest. De trackball is in feite een omgekeerde muis. Zolang de ball zelf groot genoeg is en de hand op het trackball-huis kan rusten geeft deze controller weinig klachten. Anders is het bij de kleine trackballs op notebooks. Die zijn niet alleen lastig te bedienen maar geven bij veelvuldig gebruik ook kramp- en vermoeidheidsklachten. De trackpoint (= minipookje in het keyboard) bevalt de ene gebruiker prima terwijl de ander deze controller als een gruwel ervaart. Ook hier weer de vraag: ”Past de trackpoint bij uw hand?” Zo niet dan liever een muis gebruiken. Ook zijn tegenwoordig de penmuizen erg populair, zoals bijvoorbeeld de Penclic-mouse.
9.5. HET BUREAU
Aan een PC-bureau dienen de nodige eisen gesteld te worden. Een in hoogte ver- of instelbare versie verdient duidelijk te voorkeur boven standaardmaten. Niet iedereen is even lang of kort. Kleine personen kunnen veel baat vinden bij voetsteunen. De lengte en breedte dienen afgestemd te worden op de gebruikte apparatuur. Denk daarbij aan het toetsenbord met daarnaast een muis, de plaats van de monitor, de bereikbaarheid van de drives en printer. Wie veel moet overtypen of documenten dient te raadplegen wordt een concepthouder aangeraden. Bij een goed ingestelde concepthouder blijft de werker rechtop zitten.
9.6. BEELDSCHERMEN
Enkele jaren geleden ontstond er grote ongerustheid over het werken met beeldschermen. Langdurig beeldschermwerk zou goed zijn voor miskramen, stress, ontstoken ogen, huidirritaties en tal van nek/schouderklachten. Als eerste het stralingsgevaar. Monitoren die met beeldbuizen (en dus elektronenkanonnen) werken geven altijd straling af. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen röntgen- ( is vrijwel 0) en elektromagnetische straling. Dit stralingsniveau wijkt nauwelijks af van hetgeen u bij een vliegreisje of gebruik van de magnetron oploopt. Toch blijft het verstandig om deze straling af te schermen. Hoe minder straling hoe beter. N.B.: notebookschermen zijn van het LCD-type en geven in principe geen straling af. Zorg bij gebruik van welk beeldscherm dan ook dat dit op de juiste hoogte (bovenkant scherm is ooghoogte) en juiste diepte staat (afhankelijk van type scherm 50-70 cm). De leesbaarheid van de display hangt af van het aantal puntjes (pixels), contrast, helderheid, omgevingslicht en verversfrequentie. Het aantal pixels hangt af van de desbetreffende VGA-standaard en beeldbuisdiagonaal. Voor de standaard 15 inch monitor raden wij een maximale resolutie van 800 x 600 pixels in 256 kleuren aan. In geval van een 17-21 inch monitor kunt u tot 1024 x 768 pixels gaan. De verversfrequentie (aantal beelden per seconde) bedraagt bij voorkeur 72 Hz of meer, de VESA-norm. Slechte monitoren en goedkope VGA-videokaarten halen hun hoogste specificaties vaak niet. Gebruik dan alleen de lagere resoluties.
9.7. OZON EN TONER
Scandinavische ARBO-wetgeving en ons eigen TNO kan ozon kwaad als de MAC-waarde van 0,06 ppm bij een werkduur van 8 uur wordt overschreden. Voor bejaarden en CARA-patiënten geldt een MAC-waarde van 0,06 ppm. Bij smogvorming worden deze MAC-waarden al snel overschreden. Wat wordt er nu aan Ozon toegeschreven: - luchtwegklachten; - hoofdpijn; - malaise-gevoel; - aantasting van het immuunsysteem; - geheugen- en concentratieverlies; - oog/neus-irritaties; - misselijkheid en agressie. Het gaat dan echter wel om concentraties van 1 ppm of meer. Metingen leveren vaak tegenstrijdige uitslagen op. De verstandigste remedie blijft laser- en kopieerapparatuur in een aparte goed geventileerde ruimte te plaatsen. Dan heeft niemand er last van. Bij bureauprinters is zulks wat lastig. Doorgaans zijn bureaulasers en kopieerapparaten al van een eigen ozonfilter voorzien. Zolang er niemand in de blaasrichting zit en het apparaat slechts kort aanstaat kan de blootstelling aan ozon er mee door. Voor optimale veiligheid raadt men extra ozonfilters (bijvoorbeeld de Minozon) aan. Dergelijke filters vangen zowel de ozongassen als de stofdeeltjes uit de lucht. Ook de gebruikte toner is verre van onschadelijk. Gelukkig blijft zij meestal goed afgeschermd in cartridges. Een goede filter zuivert de ventilatielucht. Voorkom blootstelling aan toner. Gebruik veilige en recyclebare cartridges. Zorg voor een regelmatig onderhoud van de apparatuur en sla niet zelf aan het knoeien!
Terug |
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten Eurodesk. | |